Op donderdag 14 augustus ging een gezellige delegatie van het BuurtGroenBedrijf, bestaande uit Steven, Jolanda, Rianne, Jara en Ruud, met een warmtemeter onder de arm op excursie in eigen buurt. We waren benieuwd: wat hebben we de afgelopen jaren allemaal voor elkaar gekregen én voor hoeveel verkoeling zorgt al die vergroening nou eigenlijk precies? Op pad door de stad dus! Disclaimer: het lukte niet om alle straten te bezoeken die we vergroend hebben sinds ons bestaan. Het is meer dan we dachten! Plus: het was kei warm, dus na een paar uur was de helft van ons gesmolten en de rest gestoofd.

Warmtemeter
De wandeling begint om 9 uur bij de geveltuin en de boomspiegel op de hoek van de Paterstraat en de Jufferstraat in de Spoorhoek. Het is dan nog relatief koel, zo’n 24 graden. De zon schuilt achter de wolken. Jara ontfermt zich over de warmtemeter. Jolanda laat haar een voorbeeldfoto zien uit de Geitenkamp waarop duidelijk het warmteverschil te zien is tussen beplanting en bestrating. Leuk detail: het warmste punt op de foto is het nepgroen in een van de tuinen. Jara’s eerste meting deze ochtend laat een verschil van drie graden zien tussen steen (27 graden) en groen (24 graden).

In kaart brengen
Ruud heeft kaarten gemaakt. Alles wat vergroend is door of met behulp van het BuurtGroenBedrijf wordt er straks op aangegeven: verticaal groen, geveltuinen, regentonnen, boomspiegels, watertanks, aangeplante bomen, wilgentenen hekjes en plantvakken. Intussen maakt Steven beelden met de drone en stelt Rianne een lijst van planten op die goed aanslaan en veel beestjes lokken. De boomspiegel die het beginpunt vormt van deze dag is alvast een groot asterfeest!

Lof voor de Jufferstraat
De Jufferstraat heeft al veel lof gekregen, en terecht. De straat is een paradijs van kleur. “Dat blijft een mooi verhaal”, vindt Jolanda. Het versteende straatje is zo bloemrijk geworden door twee bewoners die zonder het te vragen aan de gemeente of de buren tegels voor groen begonnen in te ruilen. Toen dat toch wat weerstand opriep is het BuurtGroenBedrijf ingesprongen om te helpen. “En er is subsidie gekomen van het Buurtfonds van de Postcodeloterij en we zijn geholpen door studenten, stratenmakers en de gemeente,” relativeert Jolanda.

Ook tijdens Burendag en met NLDoet is met vereende krachten gewerkt om de transformatie te realiseren, maar het onderhoud doen de bewoners zelf. Inmiddels is heel Arnhem trots op de straat en ligt er, dankzij een provinciale subsidie, een enorme watertank onder de parkeerplaatsen om alle plantjes water te kunnen geven.  “Je ziet dat we hier nog veel vaste planten mochten inkopen. Er is zo veel kleur, zo veel variatie, er bloeit altijd iets. Dat is wat het hier zo leuk maakt,” merkt Rianne op. “Daarna is het gemeentelijk beleid veranderd en zijn we meer met heesters gaan werken.”

Aanwaaien in de Paterstraat
“Kijk, dit is zo’n boomspiegel waar alleen maar dingen in staan die er per ongeluk in terechtgekomen zijn, het is allemaal aanwaaispul.” Rianne woont vlakbij de boomspiegel in de Paterstraat waar ze, nadat we de Jufferstraat hebben verlaten, overheen gebogen staat. “Malvia, andoorn, akelei, duizendblad, ereprijs: hier zitten juist de bijen in! Moet je de knautia’s zien, helemaal vol! En dit is ook leuk. Dit zijn margrieten, die gaan volgend jaar bloeien. Die komen van mijn dakterras.” Jolanda: “Jij bent echt een voorbeeld van hoe buren elkaar meer leren kennen door vergroening.” “Dat is waar,” vindt Rianne. “Buiten zijn om het buiten zijn doe ik niet. Dus als ik niet was gaan tuinieren, zou ik nooit al die mensen hebben ontmoet!”

Sneeuwbaleffect bij het Rembrandttheater
De achterkant van het Rembrandttheater is van top tot teen begroeid met planten. “Dit verticaal groen is tijdelijke beplanting. Het gebied wordt herontwikkeld”, vertelt Jolanda. Jara meet het verschil tussen een verdord en een frisgroen stuk: 39 graden versus 29! “Dat is wel een aandachtspunt,” knikt Jolanda. “Er wordt veel geïnvesteerd in klimaatadaptieve maatregelen, maar het beheer is nog niet gefinetuned, laat staan gefinancierd. Officieel is de regel: nieuwe beplanting geef je na drie jaar geen water meer, maar als we dat niet doen, verdorren de planten en gaat de klimaatadaptieve werking verloren. Dat dit gebeurt is geen onwil, maar heeft te maken met budgetten.” 

Rianne wijst intussen op de huizen rondom het theater. “We hebben er niks mee te maken, maar het is wel leuk om te weten dat het hier vijf jaar geleden niet groen was en nu wel.” Ze pakt Google Streetview erbij en laat het zien. “In 2017 was het helemaal kaal op een paar plukjes na. Elk jaar zie je een beetje meer groen.” Ze laat de opeenvolgende jaren zien. “Het is een sneeuwbaleffect. Niet alleen door wat wij doen, maar ook door beleid.”

Goed toeven op het Johan Combeplein
Om 10 uur komen we aan op het Johan Combeplein. Het is 26 graden en de zon laat zich voor het eerst zien vandaag. Het BuurtGroenBedrijf plantte hier een paar jaar geleden vijf bomen. Roland, die op de hoek woont en de planten water geeft, is blij met de schaduw van de lijsterbes dicht bij zijn tuin. “En sinds er die zelfgemaakte zwarte grond bij is gedaan, doet-ie het veel beter,” vertelt hij. “Bokashi, bomengrond, zwammensubstraat en houtsnippers,” verduidelijkt Jolanda. “De jonge bomen hier hebben geen extra water gekregen, maar het mengsel maakt veel goed.” Ze trekt een doornappel tussen de beplanting uit. “Dit is echt een probleem. Doornappel, ook wel bekend als mollenkruid, duivelskruid of dolappel, is een zeer giftige plant. Het is een nieuwe invasieve exoot, maar hij staat nog niet op de lijst.”

Ook tussen de tegels rondom de perken groeien ongewenste kruiden, vindt Roland. Samen met buurman Gerrit zorgt hij voor de planten, perken en boomspiegels. “Ik schoffel hier weleens, anders gaat het er allemaal tussen zitten.” “Wat je dan beter kunt doen,” tipt Jolanda, “is één keer per maand vegen. Onkruid komt altijd uit de lucht. En omdat het hier niet belopen wordt, heeft het kans om te groeien.”

Buurvrouw Wendy, die sinds april aan de overkant van het plein woont, vertelt aan Rianne dat ze ook wel mee wil helpen de boomspiegels en plantvakken te verzorgen. Er is een grote verscheidenheid aan inheemse planten op het plein te vinden, zoals dropplant, wilde bertram, bezemskruiskruid en kattenkruid. Die laatste wordt belaagd door een horde hommeltjes. Het is goed toeven op het Johan Combeplein.

Noord en Zuidstraat: een onderhoud over onderhoud
Nadat Jolanda stiekem wat kweekgrasjes uit een geveltuin heeft getrokken en Jara de gietrand rondom een boom heeft gemeten (“Dit is echt héél heet!”), wordt in de Noord en Zuidstraat een moment stilgestaan bij het werk van de afgelopen maanden. In juni werden hier de puntjes op de i van een grootscheepse vergroeningsactie gezet. De straat staat er prachtig bij. In de gezamenlijke voortuin bloeit van alles. De gele kamille springt het meest in het oog. Rianne: “Dat is mooi spul, die zou ik vaker willen planten. En zie al die vlindertjes! En de blauwe regen gaat ook ineens omhoog door die nieuwe klimbevestiging!”

De voortuin en de geveltuinen worden onderhouden door de bewoners zelf. “Als bewoners zelf het beheer doen, moet duidelijk zijn wat er in de perken en tuinen staat. Mensen zijn blij als er veel bloemen in staan, maar er is veel kennis voor nodig om het zo mooi te houden,” zegt Jolanda. “Als ik door de straten van het Spijkerkwartier loop, kan ik aan het onderhoud zien hoe het met de boomspiegelverzorgers en bewoners in de straat gaat. Staan de fijnstralen hoog, dan is er iets aan de hand. Goed onderhoud is belangrijk voor het draagvlak. Wist je dat mensen minder vaak klagen over een scheve stoep dan over een slecht onderhouden plantvak?”

Groene én witte muren bij de Tuinpoort
Op weg naar de Tuinpoort komen we langs weelderig groeiend en bloeiend verticaal groen: er hangen besjes in de kamperfoelie en de winterjasmijn gaat als een speer. De vier vuurdoorns die geplant zijn tegen de muur van de Tuinpoortflat om graffiti tegen te gaan, staan er strak bij. Jolanda: “Vuurdoorns zijn hufterproof en wintergroen. Win-win!” Om de hoek staan er nog eens zeventien: een toekomstig mussenwalhalla. “Leuk om te zien hoeveel ze gegroeid zijn,” zegt Ruud. “We hebben ze in juni opgebonden en ze zijn nu al 30 à 40 centimeter hoger.” “Zijn de vuurdoorns te klein om te testen?” vraagt Jolanda aan Jara. “Nee hoor”, zegt die, en ze laat de foto zien: in een oranje zee steken zeventien koele paarse pieken omhoog.

Behalve muren met vuurdoorns is achter het Tuinpoortgebouw ook het project ‘Tot op de bodem’ te vinden, een pilot over bodembedekking. “Het is echt te gek om te zien hoe goed te beplanting het doet in verhouding tot hoe weinig water we hebben gegeven,” vindt Rianne. “Twee keer zijn we hier geweest de afgelopen maanden! Het meeste werk bestaat uit het weghalen van de haagwinde. Daar kun je mee bezig blijven.”

De haagwinde is niet de enige plant die welig groeit. In een van de perken heeft een heuse vlinderstruikontploffing plaatsgevonden. “Deze vlinderstruik heet White Ball en is eigenlijk een kleine vlinderplant die niet groter dan een meter zou moeten worden,” vertelt Rianne. “Nou, dat is dus niet het geval!” Geen White Ball maar een white wall dus.

Van vlindertuin naar verticaal groen
Om 12 uur, het is inmiddels 30 graden, brengen we een bezoekje aan twee piepkleine geveltuintjes aan de Oude Klarendalseweg en de vlindertuin op de hoek. “De geveltuintjes waren een Burendaginitiatief. De mensen die het aan hebben gevraagd, zijn allang verhuisd,” verklaart Jolanda de armetierige toestand van de tuintjes. “Ze zijn tegelijk met het groen in de Paterstraat en achter het Rembrandttheater aangelegd.” De vlindertuin, een initiatief van bewoners, is een oase in een verder vrij stenige straat. We zoeken even een paar minuten de verkoeling op voordat we de J.P. van Muijlwijkstraat oversteken. Daar is het verticaal groen in de Kwekerijstraat de eerste stop. Wat volgt is een spontane flitsactie met de winterjasmijn. Vier paar handen, ieder met een eigen techniek, vlechten de plant door de klimbevestiging heen, zodat het groen er weer netjes bij staat. Ook de winterjasmijn is een anti-graffitimaatregel. “Kijk,” wijst Jolanda. “Voor het planten is de muur roodbruin geschilderd, zodat het mooi afsteekt tegen het lichtgroen in de lente.” Het gaat (ook) om de details!

Een kleine terugblik in de Boekhorstenstraat
“Hier ging het BuurtGroenBedrijf voor het eerst een partnerschap aan met de gemeente. De stoep was smal en er was een talud van klinkers. Het werd hier heel heet én het was niet te belopen. We werkten samen met Johannes Bouwma.” Jolanda staat voor een langgerekte geveltuin aan de Boekhorstenstraat. De zon brandt inmiddels flink. “We vonden onze eerste samenwerking allebei heel erg leuk. Daarna hebben we dat vaker gedaan. Johannes heeft nu een andere functie binnen de gemeente. Heel jammer, ik mis hem nog dagelijks.”

Blekersgang/ Boekhorstenstraat: blije bomen, blije mensen
Een stukje verder, bij de Blekersgang, staat een joekel van een boom. “Eerder hadden de bewoners hier kleine voortuintjes, maar de rest van al het groen was er allemaal niet,” aldus Jolanda. De tuin waar de knoeperd in staat, is vergroot. Om dat te kunnen doen moest de stoep aangepast worden en de container verplaatst. “Stadsboswachter Willem zegt dat de boom er ontzettend van is opgeknapt. Het is een dikke, blije boom geworden.” Rianne haalt Google Streetview er weer bij. Het was inderdaad een kale boel vroeger.

We duiken onder de blauwe regen door en gaan verder de Blekersgang in. Aan het eind ervan is een klein binnenplaatsje waar je je meteen op vakantie waant. Drie buren zitten met elkaar te keuvelen en koffie te drinken onder de gigantische bananenbomen. Onze verhitte hoofden spreken boekdelen. We krijgen een verfrissend drankje en we ploffen een poosje neer onder de bomen waar het een stuk beter uit te houden is dan op straat, waar weinig bescherming is.

Laatste stop: Blekerstraat
De laatste plek die we bezoeken in de wijk is de Groene Wand aan de Blekerstraat. Het ontwerp is het resultaat van een prijsvraag die werd uitgezet om de muur van gymzaal Rietebeek op te pimpen. De belijning is geïnspireerd op het werk van Mondriaan (in 2022 was het 150 jaar geleden dat hij werd geboren, red.) en herbergt tegelijkertijd de klimbevestiging. Bart Zoutenbier en Gerhard Meenks van den Broek zijn de ontwerpers. “De verschillende vormen zijn bedoeld voor verschillende klimplanten, maar die laten zich natuurlijk niet zo gemakkelijk in een hokje stoppen”, lacht Jolanda. Intussen is de geveltuin, die om de hoek van het gebouw verder gaat, al een keer verbreed en is er van alles te ontdekken. Zo groeit er  Chaenomeles, oftwel kweepeer. Ruud weet te vertellen dat mensen dat vroeger, toen er nog geen citroenen waren, gebruikten in de keuken. En Jolanda vindt nog wat voorjaarshelmbloemen die van buurtbewoner Kassiël Gerrits afkomen. “Hij heeft veel inheemse planten gekweekt voor de wijk.”

Het is te warm om verder te gaan. Om de rest van de wijk in kaart te brengen is een tweede excursie nodig. Wanneer? Dat valt nog te bezien. Eerst is het tijd voor een siësta. Steven, die de hele dag overzichtsbeelden maakte met de drone, is alvast verrast over de hoeveelheid groen dat erbij is gekomen in de straten. “Het geeft me een trots gevoel dat we bij de aanleg van heel veel van die gave groene plekken betrokken zijn geweest!”